Marktwerking zal de kosten in de zorg beheersbaar houden, verwacht het bedrijfsleven. Meer efficiency en meer concurrentie zullen daarvoor zorgen. SP-lijsttrekker Emile Roemer is er niet van overtuigd. “De overheid moet dit regelen.”
(…)
Marktwerking is bij de SP wel de gebeten hond.
“Ik ben niet principieel tegen marktwerking. Als ik een pak wil kopen of krentenbollen, ben ik blij dat ik een keuze heb.”
“Maar de zorg is een collectief goed, iets van ons allemaal, en dat is een overheidstaak. Natuurlijk moet er alles aan worden gedaan om de kosten te beheersen. Alleen gaat marktwerking dat niet oplossen.”
Meer marktwerking zorgt voor meer concurrentie. Dat leidt weer tot verbetering van de efficiency, lagere prijzen, hogere kwaliteit en meer keuze.
“Wij doen al jaren onderzoek naar marktwerking in de zorg. Onze conclusie is: artsen worden alleen maar geprikkeld om patiënten sneller uit hun wachtkamer te krijgen, zodat ze er meer kunnen behandelen. Daar verdienen ze meer aan. Ze richten zich vooral op behandelingen waaraan veel verdiend kan worden en laten de rest liggen. De kwaliteit holt achteruit.”
Dat is nogal een grove beschuldiging aan het adres van artsen.
“Ik spreek regelmatig ziekenhuisdirecteuren. Een ervan gaf mij laatst voorbeelden hiervan. Specialisten verrichten bijvoorbeeld sneller dan voorheen een heupoperatie, omdat hier goed aan verdiend kan worden. Terwijl het medisch gezien misschien niet noodzakelijk is.”
Dus als over één bakker wordt gezegd dat hij verkeerd brood bakt, gaat u de hele branche maar nationaliseren?
“We zitten niet maar wat uit onze nek te kletsen. We hebben enorm veel onderzoek gedaan en dat bevestigt ons verhaal: marktwerking werkt niet.”
U komt oorspronkelijk uit het onderwijs. Als u al uw leerlingen, ongeacht hun inspanningen, voor elk proefwerk een 8 had gegeven, had u ze niet gestimuleerd verder te komen.
“Dat heeft niets met marktwerking te maken.”
De prikkel is vergelijkbaar: meer en beter werk wordt beter beloond.
“Mijn punt is dat marktwerking niet leidt tot betere en goedkopere zorg.”
Dus verlangt u terug naar de tijd waarin de overheid alles regelde en de wachtlijsten enorm waren.
“Dat is flauwekul. We zijn er met elkaar verantwoordelijk voor dat we in Nederland een goed gezondheidssysteem houden, dat betaalbaar blijft en toegankelijk is voor iedereen. Dus zal de overheid er alles aan moeten doen om de kosten te beheersen: meer artsen opleiden, meer mensen in de eerste lijn (zoals de huisarts; red.) helpen, meer aandacht voor preventie. Dat scheelt miljoenen.”
Dat is niet genoeg: er moeten miljarden bespaard worden.
“De zorg zal duurder worden, omdat er meer technieken beschikbaar komen en we een grotere groep ouderen krijgen. Dat zullen we met elkaar moeten opbrengen.”
Legt u straks aan ondernemers uit dat hun concurrentiepositie om zeep wordt geholpen, omdat de loonkosten door de zorgbijdrage exploderen?
“Ik denk dat dat reuze meevalt.”
De helft van de zorgkostenexplosie slaat bij het bedrijfsleven neer. Nu al maakt de zorgbijdrage 7,3 procent van de loonsom uit. Kortom: dat valt niet mee.
“Daarom hebben we ook plannen bedacht om de positie van vooral kleine mkb-bedrijven te verbeteren.”
De bakker op de hoek hoeft de concurrentie niet aan te gaan met China.
“Nogmaals, ik denk dat het reuze meevalt.”
Nederland moet zijn geld in het buitenland verdienen. Een verslechtering van de concurrentiepositie betekent onherroepelijk verlies aan werkgelegenheid.
“De overheid heeft een belangrijke taak om de concurrentiepositie van het bedrijfsleven ten opzichte van het buitenland te behouden. Maar de kosten van werkgevers bestaan uit meer dan alleen de zorgkosten. De totale lastenpost voor het bedrijfsleven moet verder omlaag. Daar zijn we gevoelig voor en daar kijken we dus ook naar.”