Posts Tagged ‘onderwijs’

Het kinderwetje van Van Houten

zondag, april 15th, 2012

‘Kleine kinderen moesten verschrikkelijk hard werken, de regering deed niets om het ongebreidelde kapitalisme te beteugelen totdat Van Houten met een wet kwam om kinderarbeid te verbieden.’

Dit is zo ongeveer wel de samenvatting van wat kinderen te leren krijgen op school over het kinderwetje van Van Houten. Deze wet markeerde het begin van sociale wetgeving zoals de arbeidswet, de leerplicht, de werkloosheidswet en de ziektewet.

Nu was ik benieuwd naar de effecten van het wetje van Van Houten. Al snel vond ik een interessant boekje dat dit onderwerp behandelde geschreven door de historica Willemien Schenkeveld. Helaas was het boekje ‘Het kinderwetje van Van Houten’ geen wetenschappelijk publicatie waardoor het moeilijker is om bronnen te verifieren. Desondanks stond er aan het eind wel een literatuurlijst en is het boek geschreven door iemand die daadwerkelijk geschiedenis studeerde.

We weten uit de recente geschiedenis dat wetten tegen kinderarbeid het probleem juist verplaatsen in plaats dat het verdwijnt. Het inkomen van kinderen is puur noodzakelijk wanneer het inkomen van de ouders ontoereikend is om rond te komen. Wetten tegen kinderarbeid zorgen ervoor dat sommige legale banen ophouden te bestaan waardoor kinderen geld moeten verdienen in de illegaliteit.

Veel ontwikkelingsorganisaties erkennen dit probleem waardoor ze kinderarbeid niet meer met een top-down benadering aanpakken. Door onderwijs zo goedkoop mogelijk beschikbaar te maken en ouders voor te lichten over de voordelen van onderwijs proberen ze kinderarbeid terug te dringen. In het boek ‘The Beautiful Tree’ stelt James Tooley dat ouders het belang van onderwijs zien omdat het hen ook een betere toekomst geeft. Wanneer de kinderen een opleiding hebben genoten komen ze eerder in aanmerking voor een baan met een goed salaris waardoor zij hun ouders later ook kunnen ondersteunen. Onderwijs wordt zo verkocht als een investering in de toekomst van zowel het kind als de ouders.

Het effect van het kinderwetje

Terugkomend op de Nederlandse geschiedenis kunnen we ons afvragen wat de effecten van Van Houten zijn wetje waren. Dreef de wet kinderen de illegaliteit in of maakte de wet daadwerkelijk een einde aan kinderarbeid? Interessant is dat het kinderwetje van Van Houten bijzonder weinig effect had op kinderarbeid. Vandaar dat de wet ook kleinerend ‘wetje’ wordt genoemd.

Zo was er al decennialang voor de invoering van de wet een trend van een vermindering van kinderarbeid, voornamelijk bij de grotere ondernemingen. Zo zagen ondernemers het belang van onderwijs als een manier om het volk te verheffen. Ook ontstond er steeds meer het besef dat mensen productiever zijn wanneer ze weldoorvoed, uitgerust en intelligent zijn. Scholing was hierin essentieel. Enkele jaren na de invoering van de wet werkten er dan ook vrijwel geen kinderen meer in de moderne industrie. ‘Nu was dit wel een vrij makkelijk succes, want veel grote werkgevers hadden de wet juist toegejuicht omdat hij zo goed aansloot bij hun eigen personeelsbeleid.’

In de nijverheid waren de gevolgen van de wet gemengd. Uit anekdotisch bewijs blijkt dat onderwijzers in sommige streken meer kinderen in de klas telden terwijl dit in andere plaatsen niet het geval was. Dit was ook mede te danken aan de gebrekkige formulering in de wet. Zo verbood de wet om kinderen in dienst nemen. De arbeid werd dus niet verboden. Hierdoor bleven veel kinderen lange dagen maken onder toezicht van hun ouders.

Daarnaast bleef de thuisarbeid en de landbouw ongemoeid. Sommige kinderen gingen na de invoering van de wet thuis werken. Ook gingen kinderen in de landbouw werken.

Hoe kinderarbeid dan toch verdween

In de onderstaande afbeelding is te zien hoe een steeds groter deel van de bevolking in staat was om te lezen en schrijven. De invoering van het kinderwetje in 1874 en de leerplichtwet van 1901 lijken dan ook geen enkel effect op het analfabetisme gehad te hebben.


Bron: Regionale verschillen (…).

Schenkeveld benoemt in haar boek drie oorzaken waarom kinderarbeid dan toch verdween. Allereerst was er een groter bewustzijn bij mensen over de voordelen van onderwijs. Ten tweede steeg de welvaart waardoor ouders de inkomens van hun kinderen konden missen. Een derde oorzaak is dat de industrie zich moderniseerde. In de textielindustrie kwamen bijv. nieuwe machines die minder draadbreuk veroorzaakte. Hierdoor was het minder noodzakelijk om kinderen in dienst te nemen die de draadjes repareerden. Ook kwamen er grotere fabrieken in opkomst die de huisnijverheid verdrong.

‘Al met al gebeurde er het omgekeerde van wat mensen aan het begin van de negentiende eeuw hadden gevreesd: de opkomst van de machine deed de kinderarbeid niet toenemen, maar maakte er dankzij de groeiende welvaart en de afname van het handwerk juist een einde aan.’

Hoewel het een kort boek is heb ik slechts een heel klein deel van de inhoud kunnen uitlichten. Ik raad iedereen dan ook aan om het boek aan te schaffen aangezien het vol staat met interessante informatie uit die tijd. Zo staan er alle ontwikkelingen in die vooraf gingen aan de invoering van het wetje, inclusief de argumenten van voor- en tegenstanders. Zo zou wetgeving tegen kinderarbeid ‘der armoedige huisgezinnen berooven van de schamele verdiensten der kinderen.’ Een aanrader!

Privaat onderwijs in sloppenwijken

woensdag, april 11th, 2012

Onderstaand is een presentatie van Pauline Dixon over haar onderzoek hoe private scholen de allerarmsten helpen. Toen ik de presentatie had gezien was ik nogal teleurgesteld aangezien James Tooley niet werd vermeld en m.i. de eerste was die onderzoek heeft gedaan naar de private scholen in sloppenwijken, hun voorzieningen en hun kwaliteit relatief met het publiek onderwijs in ontwikkelingslanden. Toen kwam ik erachter dat Pauline Dixon al eerder had samengewerkt met de heer Tooley in 2003.

Ik denk zelf dat hun onderzoek een enorme steun in de rug is voor de libertarische visie op onderwijs, namelijk dat alle scholen geprivatiseerd zouden moeten worden. Als private scholen zelfs in sloppenwijken mensen kunnen voorzien van onderwijs, waarom zouden we de scholen in Nederland dan niet kunnen privatiseren? Ik raad iedereen dan ook aan om ‘The Beautiful Tree’ van James Tooley te lezen waarin hij schrijft over zijn onderzoek en zijn persoonlijke gesprekken met onderwijzers in ontwikkelingslanden.

Zie ook: Het verband tussen analfabetisme en de leerplicht: …

‘Hoger onderwijs is oplichting’

woensdag, november 9th, 2011

Aldus Emely, een oud-studente.

Zie ook eerdere berichten over het hoger onderwijs: hier en hier.

Heinz, onderwijs en overheidsbemoeienis

maandag, oktober 17th, 2011

Henry John Heinz (1844-1909) kreeg een aantal belangrijke levenslessen mee van zijn ouders. Zo leerde hij dat sparen een deugd was en dat plannetjes om snel rijk te worden vaak gedoemd zijn om te mislukken. Een van zijn belangrijkste idealen was om zijn klanten en leveranciers altijd een eerlijke behandeling te geven zodat er een duurzame win-win relatie ontstond.

Toch was Heinz aanvankelijk niet zo’n succesvol ondernemer. In 1875 ging zijn handeltje in mierikswortel failliet en raakte Heinz in een depressie. Pas na aandringen van zijn broer en neef maakte hij een nieuwe start met F. & J. Heinz, een bedrijf dat uiteindelijk een jaarlijkse omzet van meer dan 10 miljard dollar zou maken en werk biedt aan zo’n 33.000 werknemers.

Waarom al die informatie? Stel je voor dat een politicus constateerde dat ondernemers die failliet gaan schaarse middelen verspillen. Veronderstel nu dat deze politicus een wetsvoorstel maakte waardoor ondernemers die failliet het onmogelijk wordt gemaakt om ooit weer een ondernemer te starten.

Dit zou natuurlijk een belachelijk voorstel zijn wat alleen hoon verdient. Als zo’n wet in 1875 bestond dan zouden we vandaag de dag nooit gehoord hebben van Heinz en de heerlijke producten die ze maken. Toch heeft Ton Elias (VVD) voorgesteld dat schoolbesturen geen nieuwe school mogen stichten als de bestuurders eerder bij een onderwijsinstelling betrokken waren die wegens gebrek aan kwaliteit is omgevallen. “Ik blijf van mening dat de vrijheid van onderwijs in onze Grondwet, die de VVD overigens volstrekt respecteert, niet gebruikt mag worden als vrijbrief voor slechte scholen” aldus Ton Elias.

Aanleiding hiervoor is de voorgenomen stichting van een Islamitische school in Amsterdam door goeddeels dezelfde bestuurders die eerder betrokken waren bij het Islamitisch College Amsterdam (ICA). Dit ICA moest de deuren begin dit jaar sluiten, omdat de minister van Onderwijs de financiering introk wegens gebrek aan leerlingen als gevolg van slechte kwaliteit.

Als reactie op het sluiten van het ICA heeft de Amsterdamse wethouder van jeugd en onderwijs Lodewijk Asscher (PvdA) in februari 97 brieven ontvangen van islamitische ouders die hun kinderen thuisonderwijs wilden geven. Vandaar dat het schoolbestuur een heroprichting overwoog om tegemoet te komen aan de levensbeschouwelijke eisen van de ouders.

In een poging om de vrijheid van onderwijs verder af te kalven heeft dezelfde Lodewijk Asscher een opinie artikel geschreven voor de Volkskrant waarin hij schrijft dat scholen, voordat ze hun deuren openen, getest moeten worden op onderwijskwaliteit. In weinig originele bewoordingen stelt Asscher ”Onderwijsvrijheid is een groot goed, maar dat schept niet de vrijheid slechte scholen te beginnen. Daarom pleiten wij voor een kwaliteitstoets bij de stichting van een nieuwe school.”

Waar Ton Elias het wilde laten bij het brandmerken van schoolbestuurders gaat Asscher een stuk verder in de afkalving van de vrijheid van onderwijs. Hoe wil Asscher de kwaliteit van het onderwijs meten van een school die nog niet eens bestaat? Het antwoord hierop is dat dit niet kan. Je kunt wellicht wel een bepaalde kwaliteit verwachten maar dit blijft natte vinger werk. En sinds wanneer is hevige overheidsinterventie een garantie voor kwaliteit?

Het wetenschappelijk bureau van het CDA (het CDA-WI) heeft hier al eens eerder een rapport over geschreven waarin ze stelden dat …

De toename aan kwaliteitsvoorwaarden heeft geleid tot bureaucratisering. Deze bureaucratisering lijkt samen te hangen met de opkomst van het ‘doelmiddel-denken’ en het sturen via planning en controle, ontwikkelingen die we hiervoor rond verstatelijking al aanstipten. In deze benadering moeten vooraf allerlei doelstellingen geformuleerd worden – het liefst meetbaar – waar het onderwijs dan achteraf op afgerekend wordt. Dat leidt tot een sterke ‘verschriftelijking’, die veel tijd en rompslomp kost. Deze rompslomp is een van de belangrijkste klachten uit het
onderwijs.

Al deze overheidsinterventie zorgt er ook voor dat er een toenemende mate van afhankelijkheid waarneembaar is.

(…) het lijkt alsof onderwijsinstellingen eraan gewend zijn geraakt dat ze van buiten worden aangestuurd en dat de overheid een oplossing moet bieden voor de problemen die zij ondervinden.

En dit heeft weer vervolgens effect op de kwaliteit van het onderwijs.

Een volgend punt is de vraag op wie scholen en schoolbesturen zich nu voornamelijk richten. Scholen en hun besturen moeten inmiddels aan veel verschillende instanties verantwoording afleggen op steeds verschillende wijze. Dat houdt niet alleen veel rompslomp in, maar gaat mogelijk ook ten koste van het afleggen van
verantwoording aan degenen die rechtstreeks bij de school betrokken zijn (zoals ouders en leerlingen).

Dus hoewel het niet zeker is of het voormalig schoolbestuur van het ICA bij een tweede kans kwalitatief onderwijs zal geven is er wel één belangrijke mythe ontkracht. Dit de mythe dat overheidsregulering synoniem staat voor gegarandeerde kwaliteit. Veel potentieel succesvolle onderwijsvernieuwing gaat verloren omdat scholen aangestuurd worden door bureaucraten die zelf nooit les hebben gegeven.

Een vrije onderwijsmarkt zal helaas ook niet perfect zijn in de zin dat elke school zou voldoen aan onze individuele standaard van goed onderwijs. Zo zullen sommige gezinnen een levenschouwelijke school verkiezen ook al is de kwaliteit minder dan bij andere scholen. Ook zullen er ouders zijn die veel meer de nadruk leggen op de persoonlijke ontwikkeling van hun kind door hun nieuwsgierigheid vrij te laten zoals Montessori/Sudbury scholen doen. Dit moeten we dan ook accepteren net zoals we bij de vrijheid van meningsuiting ook meningen moeten tolereren waar we het niet mee eens zijn.

‘Er is een correlatie tussen ADHD en de groei van gestandaardiseerde testen’

dinsdag, september 27th, 2011

Sir Ken Robinson over hoe het publieke onderwijs creativiteit, en daarmee individualiteit en innovatie, frustreert. Zijn oplossing? Kinderen zouden meer gestuurd moeten worden door hun eigen nieuwsgierigheid zonder in aparte klassen te zitten, gescheiden door arbitraire begrenzingen zoals leeftijd.

Wat dat betreft lijkt zijn presentatie veel weg te hebben van de ideeën die dagelijks uitgevoerd worden door Montessori/Sudbury scholen. Lees daarom ook Sheldon Richman over publiek onderwijs

Privaat onderwijs in sloppenwijken

donderdag, juli 14th, 2011

Marcel Meijer, blogger & leraar, was zelf net zo verbaasd als ik toen ik het rapport van James Tooley las over privaat onderwijs in sloppenwijken. Blijkbaar weet de markt zelfs de armsten van de armsten te bereiken in de wereld.

Dit is interessant omdat veel mensen menen dat privaat onderwijs alleen mogelijk is voor kinderen met rijke ouders. Tooley heeft in zijn onderzoek het tegendeel bewezen. Zelfs in sloppenwijken, waar mensen weinig te besteden hebben, kiezen ouders ervoor om hun kinderen naar school te sturen.

Marcel Meijer heeft als reactie op dit onderzoek een blog geschreven waarbij hij een interessante noot slaat. Juist in een land dat veel armoede kent is het belangrijk om een kleine overheid te hebben. In een arm land moet iedere inwoner immers heel erg spaarzaam zijn met elke cent die ze hebben. Dan kunnen mensen zich geen bureaucraten en politici veroorloven die heel erg wijs beslissen waar ze hun geld aan uitgeven.

De grotere efficiëntie is van essentieel belang in een arm land. Arme landen zijn arm omdat ze een tekort hebben aan productiemiddelen. Alles is er eigenlijk schaars. De overheid produceert niet, maar kan alleen maar herverdelen. Deze herverdeling is echter wel zeer kostbaar. Ervaring leert dat vergelijkbare taken door de overheid voor minstens de dubbele kosten worden uitgevoerd.

Bron: DeVrijeEconomie

Lees ook: Het onderzoek van James Tooley

Oostenrijkse economie en Montessori onderwijs

donderdag, juli 7th, 2011

Onderstaand is een interessant interview met professor Albert Loan. Hij stelt dat de ideeën van Montessori veel weg hebben met de theorie van de Oostenrijkse school van de economie. Tot dit inzicht kwam professor Loan door twee invloeden.

Allereerst door de ideeën van Ludwig von Mises dat kennis niet gecentraliseerd is maar eerder verspreid is over alle individuen in een economie. Een andere invloed kwam van Hernando de Soto met zijn baanbrekende onderzoek over de informele economie in ontwikkelingslanden. Deze informele economie wordt ‘informeel’ genoemd aangezien ze geen erkenning heeft van het formele rechtssysteem. Zonder deze rechtsbescherming hebben arme mensen uit ontwikkelingslanden vrijwel geen prikkel om hun bedrijfje te vergroten aangezien dit van de een op de andere dag gestolen kan worden door corrupte ambtenaren.

Maar wat heeft dit met Montessori te maken? Nou, de ideeën van Maria Montessori gaan er ook vanuit dat kennis verdeeld is over individuen en dat hun kennis pas echt tot bloei komt door de erkenning van hun interesses. Uiteindelijk leren mensen het efficiëntst door hun eigen nieuwsgierigheid te volgen. Dit vereist echter een zodanige hoeveelheid vrijheid die je in het reguliere onderwijs niet snel zult vinden.

Zie ook: Hernando de Soto en zijn oplossing voor de wereldarmoede.

De kracht van de samenleving: een volledig vrije onderwijsmarkt

zaterdag, mei 14th, 2011

Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA (CDA-WI) heeft onlangs een rapport gepubliceerd getiteld ‘Op zoek naar de kracht van de samenleving’. Eén van de zaken die ze in dit rapport analyseren is het Nederlandse onderwijs. Hun kritiek op overheidsinterventie in het onderwijs is keihard terwijl hun aangeschreven oplossingen boterzacht zijn.

Op bladzijde 53 beginnen de onderzoekers met een analyse van de geschiedenis van het onderwijs in Nederland. Hieruit blijkt dat onderwijs haar oorsprong vond uit particuliere initiatieven. Na verloop van tijd werd er echter getracht om onderwijs te financieren uit publieke middelen waarna de overheidsinterventie in de onderwijssector enorm toenam. Zo kwam er regulering dat bepaalde wanneer iemand bekwaam was om les te geven en kwam er toezicht op scholen die overheidsfinanciering ontvingen. Uiteindelijk kwam er ook financiële gelijkstelling van het openbaar en religieus onderwijs.

Het probleem met overheidsfinanciering van het onderwijs is dat een overtuigd atheïst nooit op vrijwillige basis een religieuze school zou willen financieren. Daartegenover zou overtuigd Christen liever geen openbaar onderwijs willen bekostigen. Ook bestaan er tal van pedagogische stromingen over hoe je een kind zou moeten opvoeden en al die verschillende visies/opvattingen komen samen in één trechter: de overheid.

Hierdoor lijkt het niet vreemd dat er trend waarneembaar is van steeds meer overheidsinvloed op het onderwijs. Vaak werd deze invloed op slinkse wijze vergroot. Het CDA-WI rapport toont dit ook aan. Zo schijnen scholen in Nederland een grote beleidsvrijheid te hebben als het gaat om bestedingsvrijheid of de waarborg van de kwaliteit van de school.

Maar in de praktijk was deze grotere beleidsruimte voor scholen en schoolbesturen vooral een aanleiding voor de overheid om de controle op scholen uit te breiden. Zo stelde het regeerakkoord van het tweede kabinet-Kok dat tegenover minder regels en een grotere vrijheid van de school staat dat de kwaliteit van het onderwijs in toenemende mate getoetst en bewaakt moet worden (door de overheid). Van het onderwijs wordt dan ook steeds meer verantwoording aan de overheid geëist.

Deze ‘verantwoording’ heeft zich vertaald in de bekostigingsvoorwaarde. Dit wil zeggen dat wanneer de school kwalitatief onder de maat presteert deze geen financiering van het Rijk meer ontvangt. Hoewel dit voor de meeste mensen logisch klinkt zit er ook een addertje onder het gras. Juist door de overheid deze bekostigingsbevoegdheid te geven heeft zij nóg meer invloed over wat scholen moeten doorgeven aan hun leerlingen. Wanneer de overheid wil dat scholen lesstof A doorgeven aan kinderen dan kan zij simpelweg lesstof A in haar bekostigingsvoorwaarde opnemen. Staat lesstof A er niet in? Dan presteert de school ondermaats en kan de financiering gestopt worden.
Deze bekostigingsbevoegdheid heeft ervoor gezorgd dat de politiek zich lekker kan bemoeien met de inhoud van de scholen.

Zo zijn basisscholen en middelbare scholen sinds 2006 wettelijk verplicht om ‘burgerschap en sociale integratie’ te bevorderen. Andere voorbeelden zijn de discussie over de geschiedeniscanon (…) of de opvatting van de burgemeester van Amsterdam dat basisscholen voorlichting over homoseksualiteit moeten geven.

En ..

De toename aan kwaliteitsvoorwaarden heeft geleid tot bureaucratisering. Deze bureaucratisering lijkt samen te hangen met de opkomst van het ‘doelmiddel-denken’ en het sturen via planning en controle, ontwikkelingen die we hiervoor rond verstatelijking al aanstipten. In deze benadering moeten vooraf allerlei doelstellingen geformuleerd worden – het liefst meetbaar – waar het onderwijs dan achteraf op afgerekend wordt. Dat leidt tot een sterke ‘verschriftelijking’, die veel tijd en rompslomp kost. Deze rompslomp is een van de belangrijkste klachten uit het
onderwijs.

Al deze overheidsinterventie zorgt er ook voor dat er een toenemende mate van afhankelijkheid waarneembaar is.

(…) het lijkt alsof onderwijsinstellingen eraan gewend zijn geraakt dat ze van buiten worden aangestuurd en dat de overheid een oplossing moet bieden voor de problemen die zij ondervinden.

(…)

Een volgend punt is de vraag op wie scholen en schoolbesturen zich nu voornamelijk
richten. Scholen en hun besturen moeten inmiddels aan veel verschillende
instanties verantwoording afleggen op steeds verschillende wijze. Dat houdt niet
alleen veel rompslomp in, maar gaat mogelijk ook ten koste van het afleggen van
verantwoording aan degenen die rechtstreeks bij de school betrokken zijn (zoals
ouders en leerlingen).

Vreemd is echter de conclusie van het rapport. Hierin zeggen de onderzoekers zo ruwweg dat het onderwijs een stuk vrijer moet zijn maar dat er hier en daar wel overheidsinterventie nodig is.

Probleem is echter dat iedereen gedwongen is om het onderwijs van iedereen te betalen. Hierdoor wil vrijwel iedereen (en vooral politici) inspraak hebben in hoe onderwijs geregeld is voordat er belastinggeld in stroomt waardoor de overheid weer genoodzaakt is om meer kwaliteitscriteria te formuleren. Het uiteindelijk resultaat is steeds meer overheidsbemoeienis. Beter zou zijn om de overheid volledig los te weken van het onderwijs. Onderwijs is een product dat het best door een vrije onderwijsmarkt kan worden georganiseerd.

Zie ook Marcel Meijer zijn artikel ‘Privaat onderwijs is voor iedereen’.

‘Scholen, door hun interne structuur, bereiden kinderen voor op een of andere autoritaire levensstijl’

dinsdag, april 26th, 2011

Onderstaand is een video van Sheldon Richman over waarom publiek onderwijs zou moeten worden afgeschaft. Interessant aan deze video is dat hij het heeft over de opvoeding van zijn eigen kinderen. Hij geeft ze onderwijsmethode die John Holt voorstaat, die van ‘unschooling’ waarbij kinderen door hun eigen nieuwsgierigheid worden geleid naar wat ze willen leren.

Zelf ben ik een enorm groot voorstander van thuisonderwijs doordat ik een aantal boeken heb gelezen over zowel ‘unschooling’ als thuisonderwijs. Boeken van o.a. John Holt, Daniel Greenberg en John Taylor Gatto staan bij mij op de boekenplank. Interessant is hoe ontzettend effectief thuisonderwijs is vergeleken met publiek of zelfs privaat onderwijs ondanks dat ouders vaak niet geschoold zijn als leraar. John Holt viel het al op hoe ontzettend onnatuurlijk de klassikale manier van lesgeven is. Kinderen zullen wellicht met iets bezig zijn dat hen interesseert om verstoort te worden door een schoolbel of een leraar die zegt wat zij nu moeten doen.

Bij thuisonderwijs daarentegen kunnen ouders één op één lesgeven aan hun kinderen en hen gelijk voorzien van feedback, aandacht of uitleg. Verschillende studies tonen aan dat kinderen die thuisonderwijs hebben genoten hoger scoren op gestandaardiseerde testen en vaker een bibliotheek bezoeken dan hun leeftijdsgenoten op het publiek onderwijs. Zie bijv. blz. 5 dit rapport geschreven door Deborah Taylor-Hough waar ze een aantal studies aanhaalt over thuisonderwijs.

Aaron over ‘unschooling’

maandag, april 4th, 2011

Probeer je voor te stellen dat je verplicht bent om aanwezig te zijn in een lokaal terwijl iemand je dagelijks gaat vertellen wat jij zou moeten leren. Zou dit een effectieve manier zijn om te leren? Misschien wel als je interesse hebt in de onderwerpen die besproken worden. Toch valt er van deze manier van lesgeven heel wat af te dingen.

Zo is nieuwsgierigheid een voorwaarde om effectief te leren. Deze nieuwsgierigheid wordt echter gefrustreerd wanneer iemand je gaat dwingen om iets te leren waar je interesse op dat moment niet ligt. Uiteindelijk wordt je gedwongen om te leren aangezien je anders slechte cijfers haalt en je daarmee je (vermeende) kans op een goede baan verspeelt.

Gelukkig dat Aaron in de onderstaande video hier wat op te zeggen heeft. Aaron is voorstander van ‘unschooling’, een lesmethode waarbij kinderen gestuurd worden door hun eigen nieuwsgierigheid en niet door dwang. De onderstaande video is een deel van zijn serie over dit onderwerp.

Socialisme voor de rijken

donderdag, januari 13th, 2011

Door de hypotheekrenteaftrek kunnen huizenbezitters met een hypotheek een deel van hun kosten terugontvangen van de overheid. Bijna de helft van het bedrag wat de overheid hieraan kwijt is komt bij de 20% rijkste huishoudens.

Probleem is natuurlijk dat iedereen die gebruik maakt van hypotheekrenteaftrek boven hun vermogen zal lenen wat de huizenprijzen opdrijft. Deze overwaardering heeft er op haar beurt weer toe geleidt dat honderdduizenden mensen nu wonen in sociale huurwoningen bestemd voor lagere inkomens, terwijl deze groep ‘scheefwoners’ zelf een goed inkomen heeft. Dus als we de hypotheekrenteaftrek geleidelijk zouden beperken dan zouden de huizenprijzen in Nederland dalen waardoor ‘scheefwoners’ en starters eerder in aanmerking komen voor een woning. Wat natuurlijk ook heel erg libertarisch is omdat de overheid nu geld steelt van bijv. huurders en het geld geeft aan huizenbezitters in de vorm van hypotheekrenteaftrek.

Uit de onderstaande afbeelding blijkt dat voornamelijk de 20% rijkste huishoudens profiteren van de hypotheekrenteaftrek.

Mensen die claimen dat onze verzorgingsstaat een egaliserend effect heeft moeten het zand uit de ogen halen. Het zijn vooral de hoge inkomens die profiteren van hypotheekrenteaftrek én cultuur- en onderwijsvoorzieningen.

Onderstaand is een afbeelding, klik er anders even op aangezien de afbeelding niet volledig weergegeven is, van de verdeling van overheidsuitgaven naar verschillende inkomensgroepen. Deze inkomensgroepen zijn beschreven in 10% groepen naar oplopend inkomen. (De meeste studenten vallen onder de eerste 10% groep met uitzondering van onderwijs, hierbij zijn de overheidsuitgaven meegerekend bij de ouders van de studenten)

Wat opvalt is dat het vooral mensen met een modaal inkomen zijn die het minst profijt hebben van de verzorgingsstaat aangezien zij zo tussen de 7.2% en 9.1% van de overheidsuitgaven ontvangen terwijl dat bij de rijkste groep 15.6% is.
Natuurlijk lijkt dat allemaal rechtvaardig omdat de rijkste groep ook veruit de meeste belasting betaald. Toch blijft het opvallend aangezien één van de doelen van de verzorgingsstaat toch haar egaliserende werking zou moeten zijn.

Bron: Profijt van de overheid. Blz. 180

Het verband tussen analfabetisme en de leerplicht: …

dinsdag, januari 4th, 2011

Op 1 januari 1901 was het dan eindelijk zover. De Nederlandse overheid stelde de leerplichtwet in werking waardoor elk kind van 6 tot 12 jaar verplicht onderwijs moest volgen. Het resultaat hiervan was natuurlijk ‘volksverheffing’ wat een mooie term is voor indoctrinatie door de overheid. Een ander beticht resultaat zou zijn dat kinderen toen leerden lezen en schrijven. Immers, zonder de almachtige overheid zouden we achterlijk zijn en nog leven in het stenen tijdperk.

Om dit misverstand recht te zetten zijn onderstaand een twee mooie figuren uit het document ‘Regionale verschillen in de daling van het analfabetisme in Nederland. 1775-1900′ van Onno Boonstra.

Daarbij werd ook nog eens vermeld dat …

‘De emancipatie van de katholieke kerk, die begon in 1854, kreeg direct gestalte in het opzetten van onderwijs dat niet meer op een hervormde, maar op een katholieke leest was geschoeid zodat katholieke ouders veel meer dan voorheen gestimuleerd werden om hun kinderen naar school te zenden.
Daar staat tegenover dat het effect van andere gebeurtenissen, die in principe voor een effect zouden hebben moeten zorgen, niet in Figuur 3 zijn terug te vinden. De Kinderwet van Van Houten, bijvoorbeeld, die het in 1872 verbood om kinderen onder de twaalf in fabrieken te laten werken, en de leerplichtwet van 1901, hebben geen effect gehad of kwamen als mosterd na de maaltijd.
p. 10

Daar heb je het staan. De overheid had geen enkel effect op de vermindering van het analfabetisme in Nederland.
In sommige samenlevingen heeft het weinig nut om te leren lezen en schrijven. Nomaden en holbewoners hebben bijvoorbeeld geen baat bij het geschreven woord. Pas wanneer mensen inzien dat lezen en schrijven van belang is zal pas begin worden gemaakt met het terugdringen van analfabetisme. In Wales, tijdens de Middeleeuwen, gebeurde dit door Griffith Jones om het woord van God te verspreiden. Later zagen ook Nederlanders het voordeel van onderwijs in en daarom stuurden ouders hun kinderen naar burgerscholen, avondscholen en ‘scholen van Godshuizen’.

Meer weten over onderwijs waar je het niet had verwacht? Lees het onderzoek van James Tooley over de sloppenwijken van Afrika en India.
Wil je meer weten hoe het analfabetisme in jouw eigen gemeente een paar honderd jaar terug was? Klik op het document van Boonstra en ga naar pagina 11.

Recensie ‘Waiting for Superman’

zondag, december 5th, 2010

Het Parool recenseert de documentaire waarin het Amerikaanse openbare onderwijs systeem kritisch tegen het licht gehouden wordt en waar reeds op dit blog meermalen aandacht aan is besteed.

Zoals toen al vermeld, presteert deze ondermaats. Jefrey Guggenheim, de man achter de invloedrijke klimaatfilm van Al Gore gaat daarom op onderzoek uit op zoek naar de oorzaken:

Waiting for Superman heeft een duidelijke bad guy: de machtige onderwijsvakbonden, die de salarissen hoog houden en ervoor gezorgd hebben dat iedereen vrijwel meteen een vaste aanstelling krijgt. Gevolg: duizenden leraren die weinig presteren, hun leerlingen niet kunnen motiveren en niet van hun plek zijn te branden. Guggenheim komt met schrijnende voorbeelden. Het is duidelijk dat hij veel ziet in het systeem van charter schools, die zich aan de macht van de vakbonden hebben onttrokken.

Deze analyse is interessant, omdat -althans in bepaalde kringen- van nature werd gedacht dat de belangen van de vakbonden gelijksoortig aan de belangen van de leerlingen waren.

Het komt overeen met de zienswijze van Milton Friedman, die eens al eerder signaleerde dat niks zo permanent is als een tijdelijk overheidsprogramma. Immers, met het opzetten van een overheidsprogramma worden inherent ook belangen in het leven geroepen. De groepen hierachter zullen die niet zonder slag of stoot prijsgeven, ook al heeft het doel inmiddels zijn oorspronkelijke karakter verloren.

De problematiek rond het Amerikaans openbaar onderwijs is een tragische en treffende illustratie van wat de Nobelprijswinnaar bedoelde te zeggen.

Lees de recensie

“1 miljoen dropouts per jaar”

dinsdag, november 23rd, 2010

In de Verenigde Staten, waar sinds kort een onderwijs-debat is opgelaaid, na het verschijnen van Waiting for Superman, vraagt New York Times-verslaggever Thomas L. Friedman zich nu ook af hoe het beter kan.

De auteur van De aarde is plat constateert ook dat het Amerikaanse onderwijssysteem in zak en as zit. Dat komt vooral doordat (slechte) leraren worden aangetrokken, die geen prikkel hebben om hun best te doen. Met rampzalige gevolgen.

Zo komt maar liefst drie vierde van de Amerikaanse jongeren in de leeftijd van 17 tot 24 jaar komt niet in aanmerking voor het leger wegens het niet halen van hun middelbare school diploma, zwaarlijvigheid of een crimineel verleden.

Een groot probleem is, zoals wij eerder schreven, de vakbond daar die iedere hervorming tegenhoudt, omdat het baanzekerheid verkiest boven goed onderwijs. Zo is het feitelijk onmogelijk om een falende leraar te ontslaan en hebben goede leraren geen enkele (financiële) prikkel om te excelleren.

Klik hier voor de column van Thomas L. Frieman.

Oprah over het onderwijs

zaterdag, november 13th, 2010

Gister had ik het al over de deplorabele staat van het Amerikaanse openbare onderwijssysteem, dat in een wurggreep gehouden wordt door de vakbond die iedere hervorming tegenhoudt. In de Oprah Winfrey-show, waar de documentaire Waiting For Superman besproken werd, bleek nog eens hoe funest dat uitpakt voor de meest kwetsbare groepen.

Een groot probleem is dat falende leraren niet ontslagen kunnen worden. Dat is een tweeledig probleem. Enerzijds kom je niet van ze af, waardoor scholen ze onderling maar met elkaar uitwisselen, de zogenaamde lemon dance. Anderzijds zorgt het voor een algehele nivellering naar beneden toe, omdat er geen prikkel aanwezig is om je best te doen.

Interessant is dat het progressieve gezelschap dat dit probleem bespreekt, namelijk Bill Gates, Davis Guggenheim (regisseur An Inconvenient Truth) en Oprah zelf, tot de conclusie komen dat de vakbond de hoofschuldige is door baanzekerheid boven alles te stellen, zelfs het lot van de kinderen is er aan ondergeschikt.

VS: machtige onderwijsvakbond onder vuur

vrijdag, november 12th, 2010

De Verenigde Staten worden vaak afgedaan als het kapitalistische land op aarde.

Zoals u al weet is de praktijk iets weerbarstiger. Een goed voorbeeld is het schoolsysteem dat zij daar kennen, dat nogal socialistische trekjes vertoont. Niet voor niets is het niveau er werkelijk om te huilen, waar vooral de lagere sociale klassen het meest de dupe van zijn. Onlangs verscheen verscheen daar nog een documentaire over, waar dezelfde makers achter zitten als de klimaatfilm van Al Gore

De trailer.

De vervolgraag: Wie houden dan alle noodzakelijke hervormingen tegen? Vooral de vakbonden die een machtige lobby in Washington vormen, rust de verdenking van medeplichtigheid. Zo is het haast onmogelijk om een (falende) leraar te ontslaan. Zelfs Oprah Winfrey verbaasde zich er onlangs over.

Ook Obama begint nu afstand te nemen van de vakbonden:

“I’m a strong supporter of the notion that a union can protect its members and help be part of the solution as opposed to part of the problem. What is also true is that sometimes means they are resistant to change when things are not working.”

Anderen politici gingen hem al voor. Daarmee lijken de ooit zo machtige vakbonden beetje bij beetje terrein te verliezen.